Experten aan het woord: "Ontwerpen op mensenmaat zou dé standaard moeten zijn" (2/3)
Een kwalitatieve publieke ruimte ontstaat niet toevallig. Ze is het resultaat van weloverwogen ontwerpkeuzes die een cruciale hefboom kunnen zijn om buurten aantrekkelijker, gezonder, klimaatrobuuster én socialer te maken. Tijdens het tweede deel van het panelgesprek dat United Experts Group rond deze thematiek organiseerde, gingen Sophie Loots (Parallel Architecten), Wim Carrein (URBASTA!), Frank Caers (United Experts Group), Els Van Lier (Landmax) en Tom Dhollander (Infopunt Publieke Ruimte) dieper in op de maatschappelijke rol van publieke ruimtes. Hun boodschap is helder: wie het doordacht aanpakt, creëert veel meer dan een verzameling bomen, paden en banken.
We openen de debatten met goed nieuws: globaal bekeken is de aandacht voor kwalitatieve (semi)publieke ruimte de laatste jaren flink toegenomen. Dat ook projectontwikkelaars er steeds vaker oog voor hebben, stemt de panelleden hoopvol. Volgens Sophie Loots groeit het besef dat een fraaie buitenomgeving de attractiviteit van een project aanzienlijk vergroot. "Potentiële kopers en huurders hechten daar meer en meer belang aan. Een goed ontworpen publieke ruimte verhoogt simpelweg de kwaliteit van een ontwikkeling." Toch ziet Frank Caers nog een belangrijke tekortkoming: "Veel ontwikkelaars kijken uitsluitend naar hun eigen perceel. De relatie met de bestaande publieke ruimte ontbreekt vaak volledig, zowel ruimtelijk als ecologisch."
"Een goed ontworpen (semi)publieke ruimte verhoogt de kwaliteit van een ontwikkeling. Potentiële kopers en huurders hechten daar meer en meer belang aan."
Sophie Loots
Ook volgens Els Van Lier is er nog progressiemarge in de hoofden van opdrachtgevers. “Groen wordt nog al te vaak beschouwd als invulling van de ‘restruimte’ die overblijft nadat de positie van gebouwen, wegen en parkeerplaatsen is vastgelegd. Terwijl het net een integraal onderdeel van het ontwerpconcept zou moeten zijn", benadrukt ze. "Wanneer je bijvoorbeeld vanaf het begin bekijkt hoe een waterloop meer ruimte kan krijgen of hoe je een groene corridor kunt creëren, benut je het volledige potentieel van een site. Bovendien vergroot een sterk totaalconcept de kans op een vlot vergunningstraject."
Die integrale aanpak blijkt echter niet vanzelfsprekend. Sophie Loots ziet geregeld hoe ambitieuze ontwerpen gaandeweg worden uitgehold. "Soms start een project als een autoluwe woonwijk die volledig is ingebed in het groen, om uiteindelijk te eindigen als een klassieke verkaveling. Onderweg verdwijnt heel wat kwaliteit onder invloed van de al te strikte richtlijnen van de vergunningverlenende overheid."
"Groen wordt nog al te vaak beschouwd als invulling van de ‘restruimte’, terwijl het net een integraal onderdeel van het ontwerpconcept zou moeten zijn."
Els Van Lier
Ontwerpen voor mensen
Frank Caers wijst erop dat ook de sociale betekenis van publieke ruimte nog al te vaak over het hoofd wordt gezien. “Wat Sophie beschrijft – het noodgedwongen afzwakken van een ontwerp voor een publieke ruimte – zie ik dikwijls gebeuren in sociale woonwijken, doorgaans om budgettaire redenen. Terwijl de publieke ruimte ironisch genoeg nergens zo actief en intensief gebruikt wordt als daar. Hoe dan ook zijn het net de meest kwetsbare personen in onze samenleving die ze echt nodig hebben, bijvoorbeeld om hun stedelijk appartement even te kunnen ontvluchten tijdens hittegolven. Dat sociale aspect blijft vaak onderbelicht. Als je sommige ontwerpers vraagt wat de sociale functie van een bepaalde publieke ruimte is en voor welk doelpubliek ze bestemd is, luidt het antwoord meestal ‘voor iedereen’. Maar in de praktijk werkt het zo natuurlijk niet. Ontwerpen op mensenmaat zou dé standaard moeten zijn.”
“Eigenlijk is het heel eenvoudig: mensen hebben sowieso een bepaalde hoeveelheid ruimte nodig”, pikt Wim Carrein in. “Ik zeg weleens voor de grap: hoe kleiner de woning, hoe groter het tuinhuis. Maar daar schuilt wel degelijk een kern van waarheid in. Kwalitatieve publieke ruimte is van onschatbare waarde op plekken waar mensen weinig private buitenruimte hebben en niet zozeer in verkavelingen met grote-woningen-met-ruime-tuin.” Sophie Loots illustreert met een ogenschijnlijk banaal voorbeeld dat ontwerpers in sociaal opzicht wel degelijk een sturende rol kunnen hebben: “Voorzie je in een park slechts één openbare barbecueplaats met picknickbanken, dan zullen veel mensen ze niet gebruiken uit schrik dat ze al bezet is. Door er drie te voorzien, vergroot je net de kans dat mensen elkaar spontaan ontmoeten." Frank Caers trekt die gedachte nog breder open: "Eigenlijk zouden we geen publieke ruimtes moeten ontwerpen, maar openbare plekken. Dat heeft een heel andere connotatie. Een plek heeft een ziel, een identiteit en een eigen beleving.”
"Eigenlijk zouden we geen publieke ruimtes moeten ontwerpen, maar openbare plekken. Dat heeft een heel andere connotatie. Een plek heeft een ziel, een identiteit en een eigen beleving.”
Frank Caers
Tom Dhollander kadert de sociale dimensie van publieke ruimte in een bredere maatschappelijke evolutie. "We kampen met een historisch gegroeid tekort aan kwalitatieve publieke ruimte. Doordat er veel private alternatieven zijn, is de reflex om iedere straat vanuit sociaal perspectief te bekijken geleidelijk aan verloren gegaan. Vandaag wordt de publieke ruimte zelfs vaak privaat geclaimd. Zo vinden de meeste mensen het bijvoorbeeld doodnormaal dat ze er hun wagen zomaar kunnen stallen. Ze beschouwen dat als een verworven recht, terwijl we natuurlijk weten dat die ruimte veel beter kan worden benut. Het is dus ook een stukje cultuur: hoe willen wij als samenleving omgaan met publieke ruimte? Dat is minstens even belangrijk als het ontwerp zelf.”
Buiten de lijntjes durven kleuren
Veiligheid is eveneens een cruciaal topic bij de inrichting van publieke ruimte, stipt Els Van Lier aan. Onder meer met betrekking tot mobiliteit. “Mensen zullen zich enkel te voet of per fiets verplaatsen als de publieke ruimte en de omliggende verkeersassen zich hiertoe lenen. Anders dreigt iedereen met de auto te komen en beland je in een vicieuze cirkel. Alles begint met andere woorden bij een ontwerp dat zachte mobiliteit faciliteert en stimuleert. Een auto neemt hoe dan ook veel waardevolle ruimte in." Ze verwijst in dit verband naar een persoonlijke ervaring die haar altijd is bijgebleven. "Tijdens nutswerken was onze straat een tijdlang opgebroken en afgesloten. Nooit was er zoveel contact tussen de buurtbewoners als toen, simpelweg omdat we allemaal te voet naar onze woning moesten. Dat zegt veel over hoe publieke ruimte sociale interactie kan bevorderen."
Frank Caers vindt dat ontwerpers daarin een veel actievere rol moeten opnemen. "Wij moeten dingen durven triggeren. Als wandelen of fietsen omslachtig is, grijpt iedereen automatisch naar de auto. Het is onze taak om opdrachtgevers met de neus op de feiten te drukken en indien mogelijk betere alternatieven voor te stellen. Je wordt dan uiteraard weleens teruggefloten, maar toch is het belangrijk om onze stem te laten horen. Omdat het vaak te snel en/of volledig volgens de regels moet gaan, dreigen we soms de moed en inventiviteit te verliezen om buiten de lijntjes te kleuren. We spelen allemaal ingenieursbureau, terwijl onze echte meerwaarde net in het ontwerpen zit.”
Net daarom pleit Wim Carrein voor meer scenario-onderzoek tijdens de eerste ontwerpfase. "Dat gaat heel snel en laat toe om los van de bestaande regelgeving te onderzoeken welke oplossing kwalitatief het sterkst is. Wat overigens ook een goede basis kan zijn om bepaalde richtlijnen in twijfel te trekken. Bijvoorbeeld: is de huidige parkeernorm nog relevant nu we veel meer willen inzetten op deelmobiliteit? En zouden we die vrijgekomen ruimte dan niet kunnen gebruiken om tot een beter ingericht en aangenamer openbaar domein te komen?” Toch is een sterk concept alleen niet voldoende om bakens te verzetten, zeker wanneer het geen verlengstuk krijgt in de praktijk. “Ik heb helaas al ondervonden dat ontwerpmatige kwaliteiten niet altijd begrepen of meegenomen worden in uitvoering, met gemiste kansen tot gevolg. Juist daarom is het zo waardevol dat binnen United Experts Group verschillende specialisten samen aan tafel zitten. Zo vermijden we dat goede ontwerpideeën onderweg verloren gaan en kunnen we met een allesomvattend concept richting opdrachtgever trekken.”
De urgentie van klimaatadaptatie
Tot slot snijden we nog een brandend actueel topic aan: klimaatadaptatie. Is hier intussen structureel meer aandacht voor of blijft het helaas vooral context- en situatiegebonden en dreigt de urgentie die alomtegenwoordig was tijdens de zomerse hittegolven opnieuw weg te ebben? “In mijn ervaring is en blijft het ambitieniveau sterk afhankelijk van de opdrachtgever”, zegt Els Van Lier. “Je zou denken dat de geesten intussen gerijpt zijn en dat klimaatrobuustheid eindelijk een cruciale ontwerpvoorwaarde is, maar in realiteit blijft dat voortschrijdend inzicht nog al te vaak achterwege. Ironisch genoeg vormen klimaatextremen in zekere zin een opportuniteit voor de implementatie van meer verkoelende groenblauwe infrastructuur. Hopelijk zal hier vanuit de algemene publieke opinie voortaan (nog) meer vraag naar zijn.”
Wim Carrein merkt dat veel overheden de klimaatproblematiek nog steeds stiefmoederlijk behandelen. “Ze kennen de bijbehorende terminologie inmiddels wel, maar worstelen nog steeds met de praktische vertaling ervan. Weten wat klimaatadaptatie inhoudt is één zaak, maar de good practices concreet toepassen in een kwalitatieve publieke ruimte is natuurlijk een ander paar mouwen.”
"Overheden blijven de klimaatproblematiek stiefmoederlijk behandelen. Weten wat klimaatadaptatie inhoudt is één zaak, maar de good practices concreet toepassen in een kwalitatieve publieke ruimte is een ander paar mouwen.”
Wim Carrein
Tom Dhollander ziet desondanks positieve signalen. "Hoewel ik vind dat er nog veel meer zou kunnen gebeuren, ben ik er persoonlijk toch niet te pessimistisch over. Er beweegt wel degelijk iets. Kijk bijvoorbeeld maar naar de evolutie rond waterinfiltratie. De wetgeving en ontwerppraktijk sturen langzaam bij. Hopelijk zet die beweging zich ook door op het vlak van biodiversiteit en sociale kwaliteit." Els Van Lier merkt alvast dat steeds meer steden en gemeenten hun groenpatrimonium systematisch in kaart brengen en nadenken over het beheer ervan. “Dat lijkt misschien een detail, maar het is een belangrijke stap vooruit. Alle beetjes helpen om publieke ruimtes – en bij uitbreiding heelder buurten en leefomgevingen – sociaal, ecologisch en klimatologisch op te waarderen.”
Moderatie & redactie: Palindroom