Experten aan het woord over herbestemmen: “Er is nog gigantisch veel onbenut potentieel” (2/3)

  • Pieter, Edith, Ruben en Dominique

Dat herbestemming van bestaande (erfgoed)gebouwen prachtige resultaten kan opleveren, zal niemand betwisten, maar tussen droom en daad gaapt vaak een grote kloof. Want hoe combineer je historische kwaliteiten met hedendaagse normen? Welke expertise is nodig om in alle opzichten het onderste uit de kan te halen? En waarom bijten ambitieuze opdrachtgevers nog zo dikwijls hun tanden stuk op regelgeving en financiële obstakels? Die vragen stonden centraal tijdens het tweede deel van het panelgesprek dat United Experts Group organiseerde, met Edith Vermeiren (Erfgoed en Visie), Ruben Willaert (Herbé), Pieter Verfaillie (Erfgoed en Visie & Herbé) en Dominique Girolami (OVAM) als specialisten ter zake. “Het grootste misverstand is dat er maar weinig kan, terwijl er net ontzettend veel mogelijk is.”

Dat herbestemming specifieke expertise vereist, staat buiten kijf. Alleen al de combinatie van technische, historische, juridische en financiële uitdagingen maakt reconversieprojecten fundamenteel anders dan klassieke nieuwbouwtrajecten. “Niet enkel bouwmethodes, maar ook de regelgeving is enorm geëvolueerd”, zegt Edith Vermeiren, oprichter van architectuur- en adviesbureau Erfgoed en Visie. “En je moet eveneens weten hoe je de puzzel administratief en juridisch gelegd krijgt. Dat is allicht nog complexer dan het bouwproces an sich. Gelukkig bestaan er in stedenbouwkundig opzicht een aantal afwijkingsregels die de mogelijkheden van erfgoedgebouwen verbreden.”

“Niet enkel bouwmethodes, maar ook de regelgeving is enorm geëvolueerd”

Edith Vermeiren (Erfgoed en Visie)

Volgens Ruben Willaert, medeoprichter van Herbé en co-initiatiefnemer van Herbestemmingsdag op 31 mei, zit de essentie van dat specialisme vooral in het vermogen om bestaande gebouwen correct te ‘lezen’. “Anders zie je zowel de mogelijkheden als de beperkingen niet”, stelt hij. “Neem bijvoorbeeld een ruimte die beschilderd is met een marmerimitatie. Daar kan je niet zomaar alle leidingen in de muur steken, dus dat vergt een inventieve oplossing. Hetzelfde geldt voor historische faseringen binnen gebouwen, die cruciaal kunnen zijn om bepaalde ingrepen correct af te stemmen op de erfgoedwaarde. Daarom spelen historisch en lokaal-destructief onderzoek een sleutelrol. Pas wanneer je het gebouw écht doorgrond hebt, kan je de zoektocht naar een geschikte gebruiker op een onderbouwde manier aanvatten.”

Toch draait herbestemming volgens Pieter Verfaillie – architect-vennoot bij Erfgoed en Visie, medeoprichter van studiebureau Herbé én samen met Ruben Willaert de drijvende kracht achter Herbestemmingsdag – niet uitsluitend om specialisatie. “Het is inderdaad zo dat er nood is aan uiteenlopende experts om ieder onderdeel van een project te coveren. Zeker bij complexe reconversies groeit het aantal betrokken disciplines snel, waardoor het veel meer vraagt dan alleen goede architectuur. Maar tegelijk blijft een bepaalde mate van generalisme cruciaal om het overzicht te bewaren en alle losse eindjes aan elkaar te knopen.”

  • Pieter Verfaillie

Theorie versus praktijk

Los van het feit dat herbestemming allerminst kinderspel is, zijn er ook externe factoren die een project kunnen maken of kraken. Zo is het lang niet altijd evident om het financiële plaatje rond te krijgen. “De regelgeving rond de normen die behaald moeten worden – bijvoorbeeld op het vlak van ventilatie – kan de bouwkost flink doen stijgen en ook de btw-problematiek is vaak een spelbreker”, weet Ruben Willaert. “Daarnaast kunnen gewestplannen en BPA’s evenzeer een belemmering vormen, zeker in juridisch opzicht”, stipt Dominique Girolami, ingenieur-architect van opleiding en werkzaam bij OVAM, aan.

Minstens even problematisch zijn volgens Pieter Verfaillie de vooroordelen rond erfgoed, die in zijn ogen voortvloeien uit een gebrek aan kennis. “Veel mensen lopen nog altijd in een grote boog rond erfgoedprojecten. Men denkt automatisch dat renovatie en herbestemming complex, duur en risicovol is.” Edith Vermeiren heeft dezelfde ervaring: “Men denkt vaak dat er heel veel niet kan en niet mag. Terwijl er uiteraard ook heel veel wél mogelijk is. Al is die schrik zeker niet altijd onterecht. Soms is het effectief heel lastig om een bestaand gebouw conform de huidige regelgeving energetisch en stabiliteittechnisch in orde te brengen, aangezien de bijbehorende rekenmodellen nog te weinig zijn toegespitst op bestaand patrimonium. Ook de certificering kan een belemmering vormen. Een dikke houten deur heeft vaak een uitstekende brandweerstand, maar omdat die niet geattesteerd is, mag ze in principe niet hergebruikt worden wanneer er op de plek in kwestie een deur met een zekere brandweerstand vereist zou zijn.”

  • Pieter, Edith, Ruben en Dominique

“Kortom: de theorie botst geregeld met praktijkervaring. Vandaar dat expertise ter zake zo belangrijk is”, vindt Dominique Girolami. “Wat op papier staat, kan er in realiteit anders uitzien. Bestaande gebouwen met waardevolle materialen die door de manier waarop ze gerealiseerd zijn veel thermische massa hebben, kunnen een betere energiehuishouding hebben dan nieuwere gebouwen die in praktijk slecht zijn uitgevoerd, maar EPC-gewijs toch beter scoren.” Pieter Verfaillie ziet vooral een clash tussen hedendaagse comfortnormen en de logica van historische gebouwen. “In bestaande erfgoedgebouwen ga je anders om met comfort en energiebeheer. Je verwarmt bijvoorbeeld lokaler in plaats van overal constant een binnentemperatuur van 21 °C na te streven.” 

Ruben Willaert illustreert dat met een eenvoudig voorbeeld uit zijn eigen woning, een beschermd monument. “Er zit een spleet in de voordeur, waardoor het binnenwaait. We hebben er gewoon een gordijn voor gehangen. Dat telt EPC-gewijs niet mee, maar maakt in de praktijk een wereld van verschil. Om maar te zeggen: je leeft en denkt op een heel andere manier in een erfgoedgebouw. Vaak zijn dergelijke simpele oplossingen efficiënter dan een gebouw potdicht isoleren en een ventilatiesysteem integreren.”

Sterke stedenbouwkundige katalysator

Ondanks alle complexiteit zien de experts toch vooral enorme opportuniteiten voor herbestemming. Niet alleen in beschermd erfgoed, maar ook in het brede bestaande patrimonium zonder formele erfgoedstatus. “Er zijn ontzettend veel gebouwen waarvan de oorspronkelijke functie niet meer werkt en die perfect herbruikbaar zijn. Daar zit nog gigantisch veel onbenut potentieel”, stelt Edith Vermeiren. “Ik denk dat er tout court veel breder moet worden gedacht over wat je met een gebouw kunt doen en welke invullingen ze zouden kunnen krijgen. Tegelijk zijn er nog veel historische waardevolle panden die niet beschermd zijn en die dus om een of andere reden door de mazen van het net geglipt zijn. Ook die moeten we uiteraard zien te vrijwaren en opnieuw tot leven wekken.”

  • Edith Vermeiren

“Alles wat rechtstaat, heeft potentieel”, beaamt Pieter Verfaillie. “De komende jaren zal de vraag naar woningen alleen maar verder stijgen, maar er wordt nog veel te weinig in termen van hergebruik gedacht. Men denkt die woningen voornamelijk nieuw te realiseren omdat dat sneller zou gaan, maar wat gaat sneller dan wat er al staat te hergebruiken? Vandaar ook het idee om de Herbestemmingsdag te organiseren, zodat we mensen kunnen tonen dat hergebruik van gebouwen en het duurzame principe erachter wel degelijk mooie vruchten kunnen afwerpen. En hoe eenvoudig dat soms zelfs kan zijn.”

Volgens de panelleden kan herbestemming bovendien een belangrijke katalysator zijn voor stads- en gebiedsontwikkeling. “Leegstaande (erfgoed)gebouwen worden weleens bestempeld als zogeheten ‘kankerplekken’, maar in stedenbouwkundige context zijn het eigenlijk parels die oude stadsdelen en -wijken nieuw leven kunnen inblazen”, zegt Pieter Verfaillie. “Eén project kan al volstaan om een buurt te heractiveren. Denk aan een ontwijde kerk die na herbestemming onder meer kantoren en ruimte voor verenigingen herbergt, waardoor ze opnieuw uitgroeit tot een volwaardige ontmoetingsplek. Een ander mooi voorbeeld is het Wintercircus in Gent. Een uniek geval, maar een zeer sterke stedenbouwkundige generator.”

"Eén geslaagd herbestemmingsproject kan al volstaan om een volledige buurt te heractiveren."

Pieter Verfaillie (Herbé & Erfgoed en Visie)

Dominique Girolami wijst daarnaast op de rol van bestaande gebouwen en sites die in afwachting van hun reconversie tijdelijke invullingen krijgen. “Daar ontstaan vaak sterke communities die later ook betrokken worden bij de verdere ontwikkeling van een buurt.” Dat herbestemming niet noodzakelijk om publieke gebouwen hoeft te draaien, bewijst volgens Pieter Verfaillie dan weer de Asiat-site in Vilvoorde. “Dat was ooit een gesloten militaire site, maar vandaag is het een bruisende woonomgeving met horeca, kantoren, dokterspraktijken enzovoort, waardoor dat gebied helemaal herleeft. Kortom: mits een doordacht concept gaat herbestemming veel verder dan een gebouw an sich.”

Lees meer over herbestemmen

Edith Vermeiren

Experten aan het woord over herbestemmen : “Uitgaan van het bestaande moet opnieuw de primaire reflex worden” (1/3)

Herbestemming is een vak apart dat specifieke knowhow vereist. Maar wanneer is hergebruik van bestaande gebouwen en materialen wel of net niet aangewezen? Heeft iedere reconversie per definitie kans op slagen? En is de bijbehorende circulaire mindset al voldoende doorgedrongen in de hedendaagse bouw- en ontwerppraktijk? Experten aan het woord.

Pieter Verfaillie

Experten aan het woord over herbestemmen: “Er is nog gigantisch veel onbenut potentieel” (2/3)

Dat herbestemming van bestaande (erfgoed)gebouwen prachtige resultaten kan opleveren, zal niemand betwisten, maar tussen droom en daad gaapt vaak een grote kloof. Want hoe combineer je historische kwaliteiten met hedendaagse normen? Experten aan het woord.

Ruben Willaert

Experten aan het woord over herbestemmen: “Je kan een mooi maatschappelijk verhaal schrijven, maar zonder economische logica is het niet levensvatbaar” (3/3)

Hoeveel erfgoedwaarde moet je koste wat kost bewaren? Wanneer dreigt herbestemming te ontsporen in verminking van het oorspronkelijke gebouw? En omgekeerd: vanaf welk punt wordt erfgoed zelf een rem op een nieuwe toekomst? Experten aan het woord.