Experten aan het woord over herbestemmen : “Uitgaan van het bestaande moet opnieuw de primaire reflex worden” (1/3)
Herbestemming is een vak apart dat specifieke knowhow vereist. Als kennisnetwerk van adviesbedrijven met complementaire expertises is het een van de stokpaardjes van United Experts Group. Maar wanneer is hergebruik van bestaande gebouwen en materialen wel of net niet aangewezen? Heeft iedere reconversie per definitie kans op slagen? En is de bijbehorende circulaire mindset al voldoende doorgedrongen in de hedendaagse bouw- en ontwerppraktijk? Deze en vele andere vragen kwamen aan bod in een boeiend panelgesprek met ervaringsdeskundigen Edith Vermeiren (Erfgoed en Visie), Ruben Willaert (Herbé), Pieter Verfaillie (Erfgoed en Visie & Herbé) en Dominique Girolami (OVAM). “Dé doorslaggevende succesfactor is de match tussen een gebouw en de uiteindelijke gebruiker(s).”
Een goed panelgesprek vraagt om een toepasselijke locatie die al meteen de toon zet. Geen beter decor voor een interessant debat rond herbestemming dan het kantoor van architectuur- en adviesbureau Erfgoed en Visie in Malle, een voormalige boswachterswoning die is omgetoverd tot een charmante werkplek. “Dit pand dateert uit 1908 en is eigenlijk een maquette op ware grootte van een deel van het Kasteel de Renesse hier even verderop, dat begin twintigste eeuw herbouwd is in neo-Vlaamse renaissancestijl. De voorgevel is een exact kopie van een binnenpleingevel van het kasteel. Het gebouw stond lang leeg en de gemeente wist niet wat ermee te doen, tot wij op de proppen kwamen met een doordacht herbestemmingsconcept. Dat we het project ook zelf in goede banen mochten leiden, was uiteraard de kers op de taart”, vertelt Edith Vermeiren, oprichter van Erfgoed en Visie.
Erfgoedwaarde en CO₂-reductie
Het kantoor van Erfgoed en Visie staat symbool voor de basisopvatting van de vier specialisten die United Experts Group rond de tafel verzamelde: hergebruik en herbestemming heeft in principe altijd de voorkeur op sloop en heropbouw. “Behouden wat er al is zou hét primaire uitgangspunt moeten zijn”, zegt Pieter Verfaillie, architect-vennoot bij Erfgoed en Visie, medeoprichter van studiebureau Herbé én co-initiatiefnemer van Herbestemmingsdag, die plaatsvindt op zondag 31 mei. “En als de bestaande functie niet langer relevant is of bij het gebouw in kwestie past, dan is kijken naar herbestemming de eerste stap”, vult Ruben Willaert aan, die andere oprichter van Herbé en eveneens initiatiefnemer van Herbestemmingsdag.
"Behouden wat er al is zou hét primaire uitgangspunt moeten zijn."
Pieter Verfaillie (Herbé & Erfgoed en Visie)
Het is een filosofie die zeker niet nieuw is, benadrukt Edith Vermeiren. “Vanuit erfgoedzorg is er al een heel lange traditie om gebouwen te hergebruiken en een nieuwe functie te geven. In tal van historische panden gonst het van de hergebruikte balkenlagen, spanten, bakstenen, vloeren enzovoort. In Kasteel de Renesse zie je bijvoorbeeld duidelijk de veertiende-eeuwse fase, de zestiende-eeuwse fase, de negentiende-eeuwse fase … Het gebouw is dus gewoon verder gegroeid op basis van de bestaande materialen en uitvoeringstechnieken. Dat is een aanpak die in de loop van de twintigste eeuw verloren is gegaan en die velen vandaag volop aan het herontdekken zijn. Maar in erfgoedmiddens is dat al lang de normale gang van zaken.”
Ondertussen is er ook nog een ander belangrijk aspect dat meespeelt: CO₂-reductie. Onderdelen en structuren van gebouwen die er al staan, kunnen een nieuwe functie vervullen en zo voorkomen dat er een grote hoeveelheid CO2 vrijkomt bij de productie van nieuwe materialen en verwerking van de bestaande materialen. Dat is een belangrijk extra argument om opnieuw een circulaire mindset te hanteren, onderstreept Dominique Girolami, ingenieur-architect van opleiding en werkzaam bij OVAM, waar hij specifiek focust op het sluiten van materialenkringlopen. “CO₂-impact is slechts een van de vele aspecten die de milieu-impact van gebouwen bepalen. Ik ben blij dat bepaalde gebouwen een beschermde status genieten, maar ik denk dat we – los van erfgoed of gebouwen met een zeer specifieke esthetische waarde – standaard moeten proberen om maximaal te renoveren en te herbestemmen. De globale milieu-impact ligt immers een stuk lager wanneer we gebouwen renoveren en maximaal gebruikmaken van de materialen die er al zijn.”
"Los van erfgoed of gebouwen met een zeer specifieke esthetische waarde zouden we standaard moeten proberen om maximaal te renoveren en te herbestemmen."
Dominique Girolami (OVAM)
Elke herbestemming kan slagen
Wanneer is herbestemming (g)een optie: het is soms een complex vraagstuk. Om te bepalen of een (erfgoed)gebouw geschikt is voor een ambitieuze reconversie hanteert Herbé de zogeheten ‘3G-methodologie’. “Daarbij gaan we uit van drie essentiële elementen: gebouw/grond, gebruikers en geld. Die aspecten moeten complementair en op elkaar afgestemd zijn. Zo zijn we ervan overtuigd dat je niet enkel een gebouw met de nodige waarde, maar ook een geschikte gebruiker/investeerder moet hebben, omdat die doorgaans het geld meebrengt om te kunnen renoveren/herbestemmen”, legt Pieter Verfaillie uit.
“Als die balans goed zit, kan elke herbestemming in principe slagen, zelfs als een pand in slechte staat is”, vult Ruben Willaert aan. “Dit laatste wordt geregeld misbruikt als argument om toch maar te kunnen slopen, terwijl het vaak om bijzondere typologieën gaat die men vandaag niet meer bouwt en nog steeds waardevol zijn, zoals een kerk of klooster. Dé doorslaggevende succesfactor is de match tussen een gebouw en de uiteindelijke gebruiker, die een reconversieproject best met open vizier benadert. Door a priori uit te gaan van een bepaalde bestemming kijk je met oogkleppen op en beperk je de mogelijkheden. Het is dan ook erg belangrijk om in het voortraject te bepalen welke bestemming al dan niet bij een gebouw past.”
Edith Vermeiren is het hiermee eens: “Als het ruimtelijk storend is of de veiligheid in het gedrang komt (bijvoorbeeld in gebouwen die vol asbest zitten) kan afbraak eventueel overwogen worden, maar zolang een pand een zekere inherente waarde heeft, zouden hergebruik en herbestemming de primaire reflex moeten zijn. Eigenlijk is het bij wijze van spreken een misdaad om materialen en gebouwen die nog een toekomst hebben zomaar weg te gooien. Het is kwestie van goed te inventariseren wat we allemaal hebben en waar het nog voor kan dienen.”
"Eigenlijk is het bij wijze van spreken een misdaad om materialen en gebouwen die nog een toekomst hebben zomaar weg te gooien."
Edith Vermeiren (Erfgoed en Visie)
Dominique Girolami wijst erop dat ook de intenties van de opdrachtgever een rol spelen. “Heb je bijvoorbeeld een ontwikkelaar die in het kader van een reconversie met zo’n hoge bouwkost kampt dat zijn verdienmodel in het gedrang komt, dan stelt zich onder meer de vraag of het gewenste programma wel klopt met de site en of er geen andere mogelijkheden zijn om het verdienmodel bij te sturen. Zit je daarentegen met een partij die de herbestemming puur voor zichzelf doet (geen opbrengsteigendom), dan vormt die hogere bouwkost minder een bezwaar.”
Toe aan herbronning
Achter iedere geslaagde herbestemming schuilt een ambitieuze opdrachtgever. Toch is nog lang niet iedereen overtuigd van de meerwaarde ervan. “Zolang sloop/heropbouw goedkoper blijft dan aanpassing/hergebruik is het moeilijk om herbestemming opnieuw breder gedragen te maken”, stelt Edith Vermeiren. “Het is pure ironie dat je beloond wordt om een gebouw af te breken en een nieuwbouw neer te poten”, vindt Dominique Girolami. “Gelukkig houdt Europa binnenkort niet meer louter rekening met gebruiksenergie, maar ook met ingebedde energie – lees: hoeveel energie heeft het gekost om de gebruikte materialen te produceren en wat is de totale milieu-impact? Dat is wel een stap in de juiste richting. Zeker voor projecten zonder al te veel erfgoedwaarde zal dat een impuls zijn om materiaalgebruik anders te benaderen en toch meer richting renovatie en hergebruik te gaan.”
“De Europese richtlijn waardoor de materiaalprestatie van gebouwen sterk in beeld komt, die vanaf 2028 wordt uitgerold, is een belangrijke hefboom om particuliere en professionele bouwheren die momenteel nog niet geneigd zijn om voor herbestemming en hergebruik te kiezen overstag te doen gaan. Al vrees ik ook wel voor de heritage-, circular- en greenwashers die nu opduiken en die het voor een stuk als commercieel medium gebruiken. Gelukkig kunnen we die embedded CO2 waar Dominique over sprak meten via TOTEM, dus dat is vanuit duurzaamheidsoogpunt wel een belangrijke stap voorwaarts”, geeft Pieter Verfaillie aan.
Dat hergebruik en herbestemming niet meteen de makkelijkste weg is, waardoor heel wat opdrachtgevers er nog steeds het nodige voorbehoud bij hebben, heeft volgens Edith Vermeiren te maken met de evolutie die zich ruim een eeuw geleden voordeed. “Vanaf het interbellum is ‘nieuw’ de norm geworden en zeker na de Tweede Wereldoorlog werd niets nog ontworpen in functie van later hergebruik en materiaalrecuperatie. We zijn toen op een heel andere manier gaan bouwen, inclusief de komst van nieuwe materialen die demontage bemoeilijken, zoals cementmortel of lijmen. Wat dat betreft, zijn we echt aan herbronning toe. En daarbij kunnen we zeker leren van historische bouw- en verbindingstechnieken.”
“Het is een logica die niet enkel uitvoerders, maar ook architecten en ingenieurs opnieuw moeten aanleren. In plaats van alles onzichtbaar te bevestigen en te verlijmen, moeten ze structuren ontwerpen die later gewoon weer uit elkaar te halen zijn. Temeer omdat bestaande materialen ook nog restwaarde hebben, wat men in het verleden overigens ook al besefte. Toen betaalden aannemers om gebouwen die niet geschikt waren voor herbestemming te mogen demonteren, zodat ze de materialen konden doorverkopen”, zegt Pieter Verfaillie. “Die circulaire gedachtegang moeten we opnieuw aanzwengelen. Pas wanneer er een volwaardige markt voor recuperatiematerialen bestaat, kan ook de manier waarop we bouwen grondig veranderen, met meer oog voor ons bestaande patrimonium”, besluit Dominique Girolami.